Scheel

„Tsja," zegt de dokter en kijkt peinzend naar Jeroen-
tje. Alsof hij hoopt dat er ergens een handleiding op
hem zit. „Misschien kunt u het eens proberen?"
vraagt hij dan aan Bob.

„Wie, ik?" Bob kijkt een beetje verlegen, maar gaat
toch naar Jeroentje toe en legt een hand op zijn
knietje.

„Jeroentje," zegt hij met een zachte stem, „zullen
we die meneren eens onze tong laten zien?"

Jeroentje kijkt Bob aan met een blik alsof hij meer
van hem verwacht had.

„Doe maar, Jeroentje," fluistert Erik in zijn oortje.

„Kijk Jeroentje," probeert Bob weer, „zó."

Bob gaat op zijn hurken voor Jeroentje zitten en
steekt zijn tong ver naar buiten. Zo ver dat hij er
scheel van gaat kijken. Jeroentje begint het wel leuk te
vinden en gaat een stukje meer rechtop zitten om het
beter te kunnen zien.

„Sap je?" vraagt Bob, die met zijn tong naar buiten
niet zo best kan praten. Om het nog wat leuker te
maken, haakt hij zijn duimen in zijn mond en wiebelt
hij zijn handen heen en weer, als flapperende oren.

De twee dokters kuchen een beetje verstoord. „Ik
geloof niet dat het helpt, eh... meneer."

Maar Bob krijgt de smaak te pakken. Hij wiebelt nu
ook met zijn tong en doet het geluid van een deurbel
na die te veel gedronken heeft. Jeroentje bekijkt het
allemaal met het begin van een lachje om zijn mond.

„Meneer!" zegt de dokter nu wat strenger en tikt
Bob op zijn schouder. Dat had hij beter niet kunnen
doen, want Bob zat toch al zo wankel op zijn hurken.
En eventjes, heel eventjes moet Jeroentje echt lachen,
wanneer Bob met zijn tong nog uit zijn mond achter-
over op de grond tuimelt.

„Dat moet heel pijnlijk zijn," mompelt de dokter,
die snel met zijn lampje op Jeroentjes tong schijnt.
Bob knikt en wrijft over zijn kont, terwijl de dokter
peinzend naar Jeroentje kijkt.

„Heb je het gezien?" vraagt hij aan de andere dok-
ter. Die knikt ernstig. Met zijn tweeën lopen ze een
stukje van Jeroentje weg en beginnen dan tegen
elkaar te fluisteren. Af en toe wijzen ze. Ze strijken
bezorgd met een hand over hun kin. Dan komen ze
naar Bob toe.

„Tsja," zegt de eerste dokter, terwijl hij met zijn
handen in de zakken van zijn witte jas voor Bob staat,
„veel kan ik er niet aan doen, ziet u. Niets eigenlijk.

Het is een flinke snee. Maar wanneer het knaapje niet
meewerkt, kan ik niets repareren. We moesten het
maar even aankijken." Hij schrijft iets op een kaart
die hij uit zijn jaszak heeft gehaald en wil alweer weg-
lopen.

„Maar dokter... wat moeten we dan doen?" vraagt
Bob.

„Eh..." zegt de dokter, terwijl hij ondertussen ver-
der schrijft. „Houdt u het goed in de gaten, meneer."
Dan kijkt hij Bob even streng aan. „Wanneer hij
koorts krijgt, moet u mij onmiddellijk bellen."

„Komt het allemaal nog wel goed?" vraagt Erik met
een stemmetje dat er nogal raar uitkomt.

„De mond geneest snel," zegt de dokter, die nu
praat alsof er een zaal vol mensen naar hem luistert.
„En bij kinderen maak je soms de gekste dingen mee.
Ik heb eens..." Dan begint er in de zak van zijn witte
jas iets te piepen. „Sorry!" zegt hij. Hij haalt een klein
apparaatje te voorschijn en drukt een knopje in. Dan
wenkt hij de andere dokter en steekt zijn hand bij
wijze van groet even in de lucht. „Bel me als het erger
wordt," roept hij en loopt snel de deur uit.

Van Mij Mag-Ie Ophoepelen
titlepage.xhtml
Van mij mag-ie ophoepelen_split_000.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_001.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_002.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_003.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_004.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_005.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_006.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_007.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_008.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_009.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_010.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_011.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_012.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_013.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_014.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_015.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_016.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_017.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_018.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_019.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_020.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_021.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_022.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_023.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_024.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_025.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_026.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_027.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_028.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_029.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_030.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_031.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_032.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_033.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_034.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_035.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_036.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_037.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_038.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_039.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_040.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_041.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_042.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_043.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_044.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_045.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_046.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_047.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_048.htm
Van mij mag-ie ophoepelen_split_049.htm